Samenwerking haven Antwerpen en Rotterdam
Samenwerking haven Antwerpen en Rotterdam 100122
Nu de Schelde vrij is, zijn de Hollanders weer wat sympathieker geworden. Dat concludeer ik uit het artikeltje in de NRC-krant, na een link in de nieuwsbrief van het ANV.
| ANV Het ANV is een Nederlands-Vlaamse vereniging voor de Nederlandse taal en cultuur die de culturele integratie van Nederland en Vlaanderen wil bevorderen. |
De Rotterdamse haven staat hier niet afwijzend tegenover. „Ik zeg in principe ja op elke suggestie”, zegt Smits. „Maar ik wil geen samenwerking waarbij beide havens hun markten onderling verdelen. We blijven elkaars concurrenten en het zijn de rederijen, die beslissen welke haven ze aandoen”, aldus Smits.
http://www.nrc.nl/economie/article2459732.ece/Havens_Rotterdam_en_Antwerpen_gaan_meer_samenwerken
——–
Vandaag las ik in GVA Sport over de Nederlandse bondscoaches Bert en Linda van Lingen (Linda is voetbalcoache van Oranje vrouwen en Bert is assistent van Dick Advocaat die naar België komt werken.
| Hoe is het werken in België? Vera: Hij komt altijd vrolijk terug uit België en dat heb ik een hele tijd gemist. Bert: En dan heb ik nog zeven tot 8 uur in de wagen gezeten. Ik vind de mensen in België aardig. Het is net alsof ze van ons dingen verwachten die ze zelf nooit hebben kunnen realiseren. … Een van de belangrijkste voorwaarden is dat je jezelf niet druk maakt om allerlei culturele tegenstellingen. Wij willen van België geen tweede Nederland maken. Dick al zeker niet. Hij kijkt maar naar één ding: hoe mensen handelen in het veld. |
Belgen en Nederlanders vinden het leuk om in elkaars land te gaan werken. Voor mijn periode in Rotterdam, heb ik zelf ook van dat gastgevoel kunnen genieten. Men is aardig voor de buurlander, een zekere nieuwsgierigheid naar het andere land, dat ze ook al kennen vanuit hun vakantie of werkervaring. Je bent gewoon een beetje op vakantie als je in het buitenland werk. De afstand blijkt nog een afschrikking, maar ik ben ervan verschoten, hoe deze afstanden worden opgevuld met luisteren naar de radio, samen rijden, of afgewisseld worden met verblijven in hotels. Het worden belevenissen in plaats van sleur.
————
Gisteren avond was ik op de nieuwjaarsreceptie van de Vlaamse ingenieurskamer in het Kasteel van Brasschaat. Ik was blij Albert Pardon nog eens te ontmoeten. Ik ben verschillende keren naar zijn vergaderingen geweest om de Vlaamse zaak en blijkbaar het Nederlands bij de ingenieurs hoog te houden. Hij verwonderde zich ook over het vlijtig gebruik van Engels in tijdschrift artikels en benamingen van opleidingen. Ik vertelde hem dat ik na 3 jaar gewerkt te hebben bij fotofabriek Gevaert, ergens een microbe heb opgedaan om te strijden voor het gebruik van het Nederlands in het bedrijfsleven. Gevaert had een florissante taalclub en waren mede oprichter van de Gouden Veer voor de beste Nederlandstalige bedrijfsteksten. Na de overstap naar BASF werd ik ondergedompeld in Duitse bedrijfstaal en heb de omschakeling meegemaakt naar de wettelijk verplichte taal van de werkvloer. Heel wat teksten werden hierdoor in het Nederlands omgezet en opgesteld, mede door het verkrijgen van subsidies voor een waterzuiveringproject, indien de specificaties in het Nederlands waren. Ook de functies in de telefoonboek werden vertaald in het Nederlands. 30 jaar later hoor ik dat alle functies in het Engels vertaald werden om de internationale vergelijking te bevorderen.
Na 5 jaar actie en voorzitterschap van de VIK-studiegroep pijpleidingen afgekort met PPL, werd door de opvolger het accent verschoven door toevoeging van piping en lastechniek. De volgende 5 jaar heb ik zelfstandig de promotie van mijn vakgebied in het Nederlands vormgegeven met een website pijpleiding.com.
Bij de omzwervingen van meer dan 10 jaar in andere bedrijven dan BASF, als Bayer, Total, Ineos, Stork, Jacobs, … begon ik te beseffen dat het begrip piping beter geaccepteerd is als aanduiding van het vakgebied, dat zorgt voor de bovengrondse industriële leidingen en dat pijpleidingen meer het domein van ondergrondse leidingen aangeeft.
De projecten waarvoor ik de laatste tijd gevraagd werd, worden internationaal afgewikkeld. Gepland in Spanje, getekend in Bombay, gefabriceerd in Nederland, gebouwd in Saoedi-Arabië.
Hoe creatief en sociaal het gebruik van de eigentaal mag zijn in werkomstandigheden het moet het afleggen aan de eenvormigheid van procedures in de Engelse taal.
Een heel carrière bij BASF kon ik met mijn Nederlands en Duits verder. Maar nu zie ik dat ook Duitsers hun Goethe instituut vergeten en de voorkeur geven aan het Engels taalgebruik naar buiten.
Voor de Nederlanders is het helemaal geen probleem om Engels te gebruiken, blijkbaar hebben de Antwerpenaren daar ook minder problemen mee. Ik vermoed dat omgevingen zoals de rand rond Brussel of omgevingen die te leiden hebben of gehad hebben aan de onderdrukking van de Vlaamse cultuur, mee aan de basis liggen van het ongenoegen om Engels te gebruiken.
Een terechtwijzing heb ik gekregen van een BASF-collega met pensioen, die het boek: Vlaanderen Sterft”, geschreven heeft. http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=8L28PDB1.
Als gebuur kon ik hem vragen hoe hij het Nederlands taalgebruik ziet.
Hij vond dat Nederlands in Vlaams culturele aangelegenheden moet en dat techniek in het Engels (de lingua franca) moet.
Volgens geleerden sterven jaarlijks 26 talen van de ca. 6000 talen. http://www.onzetaal.nl/column/jaarvdtalen.php
Ik moet afkicken van deze strijd om te wijzen naar het taalgebruik van de werkvloer en de creatieve meerwaarde nuanceren van de eigentaal in het vakgebied piping.
Een cultureelverschil tussen Nederlanders en Belgen (met Belgen bedoelen de Nederlanders Vlamingen) is het vasthouden aan het Nederlands.
De regel is: “Zo rap mogelijk het bedrijfsjargon en het vakjargon spreken”.
Ik ga dit maar eens publiceren in mijn blog en aan mijn Engels werken.
Roger